Subsidieregeling praktijkleren

Het doel van de Subsidieregeling praktijkleren (PRAKTIJKLEREN) is het stimuleren van werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden.

Looptijd 01.01.2014 t/m 31.12.2022
Aanvraagtermijn Achteraf
Budget Voor 2019-2020 tot en met 2021-2022: € 10,6 miljoen per studiejaar (aanvullende subsidie mbo-sectoren landbouw, horeca of recreatie). Voor 2019-2020: € 194,8 miljoen (mbo, beroepsbegeleidende leerweg), € 4 miljoen (hbo techniek, gezondheidszorg, gedrag en maatschappij, en landbouw en natuurlijke omgeving), € 2,8 miljoen (wetenschappelijk onderwijs), € 1,3 miljoen (voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en vmbo basisberoepsgerichte leerweg)
Verstrekt door Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
  • 318 open subsidies aangeboden
  • 85 adviseurs stand-by
  • Gratis account!

Het doel van de Subsidieregeling praktijkleren (PRAKTIJKLEREN) is het stimuleren van werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden.

De regeling vervangt sinds 1 januari 2014 de Afdrachtvermindering onderwijs (WVAOW).

In aanmerking voor subsidie komen bedrijven of organisaties die een praktijkleerplaats of werkleerplaats verzorgen. Voor mbo en vmbo leerplaatsen geldt dat de werkgever een erkend leerbedrijf moet zijn. Deze werkgevers komen voor de begeleiding van de volgende groepen voor subsidie in aanmerking:

  • deelnemers aan een mbo-opleiding die de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) betreft;
  • studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek (inclusief landbouw en natuurlijke omgeving), bestaande uit een combinatie van leren en werken. De werkcomponent moet deel uitmaken van de opleiding. Dat geldt zowel voor duaal- als deeltijd-hbo;
  • praktijkleerplaatsen voor leerlingen in het kader van een leer-werktraject in het vmbo, en praktijkleerplaatsen voor leerlingen in het kader van een entreeopleiding in het voortgezet onderwijs;
  • leerlingen binnen het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel in het voortgezet speciaal onderwijs en leerlingen in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs;
  • leerlingen van het praktijkonderwijs (pro) in het voortgezet onderwijs;
  • promovendi die tijdelijk zijn aangesteld of een arbeidsovereenkomst hebben bij een universiteit of een instituut van de KNAW of NWO: over hun loonkosten moeten afspraken zijn gemaakt met een privaatrechtelijke rechtspersoon;
  • werknemers van een privaatrechtelijke rechtspersoon die promotieonderzoek doen of een opleiding tot technologisch ontwerper volgen. Deze werknemers doen promotieonderzoek of volgen de opleiding op grondslag van een overeenkomst tussen dat bedrijf en een universiteit, die de werknemer begeleidt. Ook voor technologisch ontwerpers in opleiding die bij het tweede deel van hun reguliere opleiding hun ontwerpopdracht bij een privaatrechtelijke rechtspersoon doen, kan laatstgenoemde subsidie ontvangen.


De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten van een werkgever voor de begeleiding van een deelnemer of student, of een tegemoetkoming in de loonkosten of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding. Die begeleidingskosten kunnen onder andere bestaan uit materiaalkosten, kosten van in te zetten werknemers van het bedrijf voor de begeleiding van de deelnemer of student, of kosten verbonden aan de inschakeling van intermediaire partijen om te kunnen beschikken over een deelnemer of student.

Het subsidiebedrag per gerealiseerde praktijkleerplaats of gerealiseerde werkleerplaats wordt berekend aan de hand van het beschikbare bedrag voor de desbetreffende categorie, gedeeld door het aantal gerealiseerde praktijkleerplaatsen of werkleerplaatsen dat in aanmerking komt voor subsidie voor die categorie, met een maximum van € 2700 per gerealiseerde praktijkleerplaats of gerealiseerde werkleerplaats.

In aanvulling op de subsidie die wordt verstrekt aan een werkgever voor mbo-praktijkleerplaatsen, kan subsidie worden verstrekt voor een gerealiseerde praktijkplaats voor een deelnemer in het kader van een beroepsopleiding voor zover het betreft de beroepsbegeleidende leerweg in één van de sectoren landbouw, horeca of recreatie. Voor deze extra subsidie wordt het subsidiebedrag per gerealiseerde praktijkleerplaats berekend aan de hand van het beschikbare bedrag voor de desbetreffende categorie gedeeld door het aantal gerealiseerde praktijkleerplaatsen dat in aanmerking komt voor subsidie.

Aanvragen kunnen jaarlijks tot en met 16 september (17.00 uur) na het studiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met behulp van een aanvraagformulier worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De aanvragen moeten elektronisch worden ingediend via de website van de Rijksdienst. Na 16 september wordt gelijktijdig besloten op alle ingediende aanvragen.

Maatregelen in verband met coronacrisis

In 2020 kan een voorschot worden aangevraagd voor praktijkleerplaatsen in het mbo. Het voorschot wordt vooruitlopend op een subsidieaanvraag in 2020 verstrekt. Daarnaast is voor 2020 een afwijkende berekeningswijze voor gerealiseerde praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen voor promovendi geregeld​.

Voorschot

Het voorschot wordt verleend onder voorwaarde dat aan de werkgever in 2020 subsidie wordt toegekend. Indien de werkgever geen subsidieaanvraag doet of indien zijn subsidieaanvraag wordt afgewezen, wordt het verleende voorschot geheel teruggevorderd. Indien het toegekende subsidiebedrag lager is dan het voorschot dat aan een werkgever is verleend, wordt het teveel ontvangen bedrag teruggevorderd.

De hoogte van het voorschotbedrag wordt berekend aan de hand van het aantal weken dat voor de desbetreffende praktijkleerplaats reeds onderricht in de praktijk heeft plaatsgevonden in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 31 maart 2020, waarbij het aantal weken wordt vermenigvuldigd met € 42,50.

Werkgevers kunnen een aanvraag voor een voorschot indienen van 2 juni 2020 tot en met 30 juni 2020.

Afwijkende berekeningswijze

Er is voor 2020 een afwijkende berekeningswijze voor gerealiseerde praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen voor promovendi geregeld.

De uitbraak van het coronavirus kan ten gevolge hebben dat het onderricht in de praktijk niet volledig heeft kunnen plaatsvinden, hetgeen zou leiden tot een lager subsidiebedrag. Daarom is nu bepaalt dat voor subsidieverstrekking in 2020 de weken waarin ten gevolge van het coronavirus of de maatregelen ter bestrijding van het virus geen onderricht in de praktijk heeft plaatsgevonden, gelijk worden gesteld met weken waarin daadwerkelijk onderricht in de praktijk heeft plaatsgevonden.

Een soortgelijke verruiming is opgenomen voor de berekening van gerealiseerde leerwerkplaatsen voor promovendi.

Laatst gewijzigd op 2020-09-18 — Publicatie van mededeling inzake het voornemen tot wijziging van de regeling om werkgevers in sectoren die zwaar zijn getroffen door coronamaatregelen te stimuleren bbl-plekken aan te blijven bieden

Handige links

Extra informatie bij deze subsidie

+